Op deze pagina informatie over ons belangrijkste product: Kaas & Zuivel.
U vindt hier uitleg over het proces van kaasmaken. Maar ook de wijze waarop
boter en karnemelk wordt gemaakt wordt hier uitgelegd.
Gaan alle termen die worden gebruikt in de uitleg u duizelen? Kijk onder de
rubriek Wat is ....? Op deze pagina staan op alfabetische
volgorde allerlei (zuivel)termen uitgelegd.
Verder staat er een link naar het werkstuk dat gemaakt is door een basisschoolleerling. Leuk om iets meer achtergrond te lezen over de ontstaansgeschiedenis van kaas, maar ook te gebruiken als naslagwerk voor een eigen werkstuk, samen met filmpjes op youtube.
|
|
Boerenkaas is kaas van de boerderij en bereid op de boerderij en van
verse melk. Dit betekent dat de (nog onbehandelde) melk binnen 24 uur
wordt verwerkt tot Boerenkaas. Boerenkaas is een ambachtelijk product. De bereiding is voor een groot deel handwerk. Toewijding, gevoel voor de kaas en het hele kaasproces, en hygiënisch werken zijn noodzakelijk voor het maken van lekkere kaas. Verder moet de kaas centraal staan als eindproduct van het bedrijf, want zelfs het soort voer van de koeien heeft invloed op de smaak van de kaas. |
Dit alles betekent dat iedere kaas uniek is, en dat er smaakverschil is tussen de verschillende kazen. Vergelijk het eens met het zelf bakken van een cake: ook al heeft een ieder hetzelfde recept, toch verschilt het eindresultaat per persoon, of zelfs per keer. |
Het proces
|
Nadat alle materialen grondig zijn gereinigd, wordt de melk in de kaastobbe
gedaan. Wij maken kaas van de avond- en ochtendmelk. Dit betekent dat
de avondmelk eerst moet worden afgekoeld naar ongeveer 6°C. |
![]() |
|
Als de melk op temperatuur is kan de melk worden gestremd. Hiervoor
voegen we zuursel en stremsel toe aan de melk. Zuursel
is een concentraat van melkzuurbacteriën, die zorgt voor het omzetten
van melksuikers (lactose) in melkzuur. Dit is belangrijk voor het rijpen
van de kaas. Het soort zuursel is mede bepalend voor de smaak en aroma
van de kaas en ook de vorming van gaten in de kaas (ogen) wordt bepaald
door het zuursel. Het stremsel is een enzym dat ervoor zorgt dat de eiwitten in de melk gaan samenklonteren. Om melk goed te laten stremmen is ongeveer 25 ml. stremsel per 100 liter melk nodig. |
|
|
Na ongeveer een half uur is de melk gestremd en is een dikke massa
geworden. Om te controleren of de melk echt "goed" gestremd
is wordt een meetlat net onder de oppervlakte van de dikke melk gelegd
en de meetlat een klein beetje opgelicht. Er ontstaat een mooie gladde
breuk in de massa. |
![]() |
|
De wei wordt voor eenderde afgetapt.
De wei is voor de kalfjes. Zij zijn er dol op en "oh wee"
als de wei een keer iets later is, dan zullen ze dat zeker laten horen. In de wei zitten nog wat restjes uit de melk, zoals bijvoorbeeld melksuiker. De wei is dan ook een beetje zoet - zouden de kalfjes daarom zo dol zijn op de wei? Verse wei kan heel goed werken als "medicijn" bij huidproblemen of eczeem. Het kan worden gebruikt om in te wassen, maar ook om te drinken. |
![]() |
|
De wrongel moet nu worden gewassen met
heet water van 70 °C tot 80 °C warm. Hierdoor kunnen de wrongeldeeltjes
verder rijpen. Uiteindelijk wordt het geheel van wrongel en wei opgewarmd
tot ongeveer 32°C. Na ongeveer 15 a 20 minuten is het tijd om voor de tweede keer wei aftappen. |
![]() |
| Er wordt nog een keer heet water toegevoegd, maar nu tot de temperatuur ongeveer 36°C is. En ook nu moet er nog eens stevig worden geroerd tot de wrongel "rijp" is. Wanneer dit is is het geheim van de kaasmaker. | |
|
De wrongel mag nu rusten, ook wel bezinken genoemd. Daarvoor halen
we eerst de wrongeldeeltjes bij elkaar met een aanhaalband. De aanhaalband
heeft allemaal kleine gaatjes, als een zeef. De wei kan door de gaatjes
naar de andere kant van de kaastobbe, maar de wrongel blijft bij elkaar.
In de nog warme wei leggen we nu de schoongemaakte kaasvaten om deze op dezelfde temperatuur te laten komen als de wrongel. |
![]() |
|
Na het rusten kan de wrongel in de kaasvaten worden gedaan. De kaasvaten worden goed afgevuld en gelijk gemaakt. De kaasvaten worden nu nog een paar minuten op hun kop gezet, zodat de wrongel de vorm van de kaasvaten kan aannemen. |
![]() |
|
Om al het laatste overbodige vocht kwijt te raken en een goede samenhangende
kaas te krijgen worden de kaasvaten een aantal uur onder een pers gezet.
Tijdens het persen worden de kazen (die
het nu zijn) nog één keer gedraaid. Ook wordt er een kaasstempel
op de kaas gedaan. Aan dit kaasstempel kunt u zien dat de kaas echte
Boerenkaas is, bereid volgens de regels van Gegarandeerd Traditionele Specialiteit (GTS). Verder dient dit stempel als controle, zodat later altijd
de maker van de kaas kan worden opgespoord. |
![]() |
|
Na het persen is het ondertussen aan het eind van de dag en blijft de kaas nog tot de volgende ochtend in de vaten rijpen. 's Ochtends is het dan tijd om de kazen in het pekelbad te doen. Door te pekelen wordt de buitenkant van de kaas steviger, de korst wordt gevormd en het zout zorgt voor de smaak die u van ons kent. Pekelen kan op twee manieren, via platpekelen en dieppekelen. Bij het platpekelen wordt de kaas los in de pekel gelegd. De kaas blijft op de pekel drijven, alleen de onderkant ligt in de pekel. Om toch een gelijkmatige zoutopname van de kaas te krijgen, moet de kaas dan ook om de 12 uur worden gedraaid. In ons platpekelenbad leggen we onze kleine kaasjes van 1 en 3 kg. |
![]() |
| Voor de grote 10 kg. kaasbollen maken we gebruik van het zogenaamde dieppekelen. Hiervoor wordt de kaas in een kooi gelegd, die geheel ondergedompeld wordt in het pekelbad. De kazen komen dan helemaal in de pekel te liggen en hoeven niet meer te worden gedraaid. Ook is dan de tijd dat de kaas in het pekelbad moet liggen korter. | |
|
Na het pekelen moet de kaas een aantal dagen drogen. Hierna krijgt de kaas een coatinglaagje, ter bescherming tussen uitdrogen en schimmelvorming. En dan begint het echte rijpen, want kaas moet tenminste 4 weken oud zijn voordat het "jonge" kaas is. Oude kaas moet nog langer rijpen. Voor de onderstaande kaassoorten gelden de volgende termijnen van rijpen:
|
![]() |
||||||||||||
|
Voor het rijpen wordt de kaas in de kaasopslag gelegd. Ook hier moet
de temperatuur in de gaten worden gehouden. Een goede rijpingstemperatuur
zit tussen de 15°C en de 18°C. Verder is de luchtvochtigheid
van belang, deze moet tussen de 75 en 80% liggen. Al met al halen we uit ongeveer 10 liter melk 1 kg. kaas. |
|||||||||||||
Ongeveer een keer in de week maken we ook magere kaas. Hiervoor volgen we ongeveer hetzelfde proces als voor de "gewone" Gouda Boerenkaas. Alleen gebruiken we hiervoor melk dat voor een deel is afgeroomd, zodat er het vetgehalte in de kaas lager is. We maken magere kaas in de volgende soorten:
Wilt u meer weten over het proces van kaasmaken, kom dan eens langs op de
boerderij. In de maanden juli en augustus hebben we op elke dinsdagavond Zomerexcursie
waarin uitgelegd wordt hoe wij kaasmaken op de boerderij.
Of kom eens naar onze Boerderijwinkel om onze kaas eens te proeven.
Ook tijdens een BOERDERIJBELEVING kunt u heerlijk van de lekkere zuivelproducten proeven.
Hoe wordt boter en karnemelk gemaakt?
|
Voordat we kunnen beginnen met het proces van boter maken moeten we eerst de melk pasteuriseren. Er zijn twee vormen van pasteuriseren, laagpasteurisatie en hoogpasteurisatie.
Laagpasteurisatie gebeurt door de melk eerst op te warmen tot 67°C.
Hierna moet de melk ten minste 30 minuten op deze temperatuur worden
gehouden. Daarna kan de temperatuur terug worden gebracht. Hoogpasteurisatie
betekent dat de melk een kortere tijd (15 tot 20 seconden) wordt verhit
tot een temperatuur van 72°C tot 76°C. Wij maken gebruik van laagpasteurisatie. Hiermee proberen we nog zoveel mogelijk geur- en smaakstoffen en ook vitaminen en mineralen in de melk te behouden, wat de smaak van de boter en karnemelk ten goede komt. |
![]() |
| Voor het proces van pasteuriseren gebruiken we een zogenaamde pasteur. Dit is een grote "ton" met een dubbele wand. In die dubbele wand wordt heet water gepompt om de melk op te warmen. Nadat de 20 minuten zijn verstreken laten we het hete water uit de dubbele wand lopen en pompen we koud water door de wand om de melk weer te laten afkoelen. | |
Als de melk is afgekoeld tot ongeveer 20°C wordt de melk overgepompt naar de boterkarn en moet de melk worden aangezuurd. Ook hiervoor gebruiken we gecontroleerd zuursel (reine melkzuurbacteriën). De melk staat nu nog zo'n 36 uur om goed zuur te worden.
|
Voor het "echte" proces van boter maken, moet de melk worden geschud of geslagen. De boterkarn moet dus gaan draaien. Doordat er in de karn platen zitten wordt de melk door het draaien op die platen geslagen. De vetbolletjes in de melk gaan samenklonteren en er ontstaat een scheiding tussen de vetbolletjes (boter) en de vloeistof (gekarnde melk ofwel karnemelk). De karnemelk kan nu worden afgetapt. We houden alleen de vetkorreltjes over in de boterkarn. Om van deze vetkorreltjes echte Boerenboter te maken moeten we gaan kneden. Maar eerst spoelen we de vetbolletjes nog een keer met ijskoud water. Voor het kneden gebruiken we ook de platen in boterkarn. Door de boterkarn opnieuw te laten draaien vallen de vetkorreltjes op de platen - ze worden ook wel kneedplaten genoemd - en worden zo tot een samenhangend geheel gekneed. |
![]() |
Klik hier voor een voorbeeld van een werkstuk over Boerenkaas. Het geeft een mooi overzicht van het proces van kaasmaken op de boerderij. Daarnaast wordt in het kort aangegeven hoe kaas als vorm is ontstaan en worden een aantal verschillende Boerenkaassoorten toegelicht.
Al die termen die op deze pagina worden gebruikt, en nog meer zuivelterminologieën
worden op deze link uitgelegd.